Minister Van Bossuyt trekt inkomensvoorwaarden voor niet-EU-studenten op: “Misbruik voorkomen en studenten beschermen”
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt heeft het minimumbedrag van bestaansmiddelen verhoogd voor niet-EU-studenten die in België willen studeren. Met deze maatregel wil de minister studiemigratie versterken als toegangspoort voor internationaal talent, zonder misbruik toe te laten of studenten in precaire situaties te duwen. “Internationale studenten kunnen een meerwaarde zijn voor onze universiteiten en hogescholen,” zegt Van Bossuyt. “Maar wie hier komt studeren, moet dat doen met eigen en voldoende middelen. Dat is niet alleen in ons voordeel, maar ook dat van de studenten zelf.”
Niet-EU-studenten die in België willen studeren, moeten vandaag aantonen dat ze over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Dat kan op verschillende manieren, zoals het voorleggen van een attest van een studiebeurs, een geblokkeerde bankwaarborg of via een derde persoon die financieel garant staat voor de student.
Het huidige referentiebedrag van 835 euro per maand volstaat echter niet langer om de kosten van huisvesting, levensonderhoud en verblijf in België te dekken. Daarom wordt het basisbedrag opgetrokken naar 1.050 euro per maand. Dit nieuwe referentiebedrag zal gelden voor alle aanvragen vanaf academiejaar 2026-2027 en wordt jaarlijks geïndexeerd.
“Internationale studenten zijn welkom, maar het is niet meer dan normaal dat zij hun studies kunnen financieren met voldoende eigen middelen. Dit nieuwe bedrag geeft een realistischer beeld van de kosten en voorkomt dat studenten hier aankomen en botsen op de financiële realiteit van studeren in België, waarna ze aankloppen bij onze sociale bijstand.” De ministerraad gaf recent al groen licht voor strengere voorwaarden hieromtrent: studenten uit niet-EU-landen zullen binnenkort pas toegang krijgen tot sociale bijstand als ze minstens vijf jaar legaal in België verblijven.
De verhoging van het referentiebedrag past in een bredere hervorming van het beleid rond studiemigratie. De komende maanden werkt de regering verder aan bijkomende maatregelen uit het regeerakkoord, waaronder een evaluatie van de binnenkomst- en studievooruitgangsvoorwaarden en een strengere aanpak van garantstellingen. Zo zijn er meerdere misbruiken bekend waarbij mensen zich garantstellen voor een student tegen betaling of waarbij de garanthouder uiteindelijk niet over de financiële middelen beschikt of ze niet wil vrijgeven. Om dit te vermijden, zullen de voorwaarden hiervoor worden aangescherpt, wordt een garantendatabank gecreëerd en zullen malafide garanten op een zwarte lijst terechtkomen.
Die reeks aan verstrengingen moet ervoor zorgen dat studiemigratie geen achterpoortje wordt om gemakkelijk het land binnen te komen en vervolgens langer te blijven dan wettelijk toegestaan is. “België blijft open voor talent, maar is niet naïef. Het is essentieel dat studiemigratie haar oorspronkelijke doel blijft dienen als uitwisseling van kennis, met een tijdelijk verblijf en terugkeer nadien, en niet wordt gebruikt als een manier om België binnen te komen en hier langer te blijven dan bedoeld”, besluit de minister.